Give us a like and we'll keep you in the loop.

Prestige Carguide is een gloednieuwe website waar je naast alle informatie over nieuwe sportwagens, young- en oldtimers ook spannende verhalen vindt over auto’s en autosport. Prestige Carguide is ook jouw website, waarop jij je verhaal kwijt kan.

100 JAAR BMW DE TIJDLIJN

BMW M1 1978

Het begin

1916

Op 7 maart wordt in München de Bayrische Flugzeugwerke AG opgericht. Eén van de initiatiefnemers is Gustav Otto, de zoon van Nikolaus August Otto, de mede-uitvinder van de verbrandingsmotor. De firma, die kortweg BFW wordt genoemd, is gehuisvest aan de Lerchenauer Strasse 76, waar vandaag nog steeds een BMW-site is gevestigd.

1917

Rapp Motorenwerke, dat werd opgericht in 1911, wordt omgedoopt tot Bayrische Motoren Werke GmbH. De sterke man achter de nieuwe firma is Franz-Joseph Popp. Hij is het die het intussen beroemde logo met de draaiende vliegtuigpropeller in het Beierse blauw-wit laat registreren. In het motoraanbod zit een 4-cilinder, die wordt gebruikt in boten en tractors en een luchtgekoelde boxermotor, die al gauw bekend wordt onder de naam Bayern Kleinmotor.

1922

De Bayrische Flugzeugwerke AG en de Bayrische Motoren Werke GmbH fuseren. Vanaf nu wordt er alleen nog maar over BMW gesproken.

De auto’s

1927 DIXI 3/15 PS DA 1

In 1903 neemt Heinrich Erhardt afscheid van de door hem in 1896 opgerichte Fahrzeugfabrik Eisenach. Hij eindigt zijn afscheidsspeech met d ‘dixi’, wat Latijn is voor ik heb gesproken. Een jaar later moet zijn opvolger niet ver zoeken naar een naam voor de kleine auto die in de fabriek zal worden gebouwd. Van die eerste Dixi worden er tussen 1904 en 1925 15.822 stuks verkocht. Maar dan draait de Duitse regering de subsidiekraan dicht en wordt de kleine auto te duur. Waarop de nieuwe investeerder, Jakob Schapiro, de licentierechten voor de Austin Seven koopt en die in Eisenach laat bouwen onder de naam Dixi 3/15 PS DA 1, waarbij DA naargelang de bron staat voor Dixi Austin of Deutsche Ausführung. Want voor hij in productie gaat, brengen de Duitse ingenieurs een aantal belangrijke verbeteringen aan het basisconcept aan. Op 16 november 1928 koopt BMW de noodlijdende Dixi-fabriek op en in de zomer van 1929 wordt de DA 2 voorgesteld, een opnieuw sterk verbeterde versie die voor het eerst een BMW-logo draagt.

BMW Dixi 1927

1933 BMW 303

De 303 is de eerste BMW met een radiatorrooster in de vorm van de intussen iconische nieren. Met zijn cilinderinhoud van 1.173 cc was de motor van de 303 de kleinste zescilinder ooit, een record dat nog steeds op zijn naam staat. De reden om zo’n kleine zescilinder te bouwen, was het beoogde vermogen van 30 pk. Omdat de 3/20 uit 1932 20 pk uit een viercilinder haalt, wordt besloten om twee cilinders aan de bestaande motor toe te voegen. De 303, die nog steeds in Eisenach wordt gebouwd, haalt een topsnelheid van meer dan 100 km/u. Om de pas ontdekte Freude am Fahren te promoten, begint de 303 aan een meer dan 2.000 kilometer lange promotietoer door het Duitse Rijk.

BMW 303 1933

1940 BMW 328 Mille Miglia

Kenmerkend voor de in 1936 voorgestelde BMW 328 zijn de wulpse rondingen van de spatborden en de lange motorkap, waarover twee leren riemen gespannen worden. Alsof die de 80 pk van de zescilinder in bedwang moeten houden. Een geniaal bedachte cilinderkop, waarvoor BMW prompt een brevet aanvraagt, zorgt er voor dat het vermogen naar 120 pk stijgt. In 1936 wint een BMW 328 op de Nürburgring zijn eerste wedstrijd. In totaal zegeviert de snelle roadster in 405 wedstrijden. De belangrijkste overwinning op het goedgevulde palmares is de Mille Miglia in 1940. Dat intussen de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken, verhindert de Italianen niet om hun wedstrijd te laten plaatsvinden. Met een door de Italiaanse carrossier Touring Superleggera ontworpen en op basis van de 328 gebouwde coupé overklast BMW de concurrentie. Diezelfde specialist bouwde ook een prachtig gelijnde spider en stilist Reinhard baron van König-Fachsenfeld liet, op basis van een door hem aangepast ontwerp van Paul Jaray, twee merkwaardige coupés bouwen met een voor die tijd opmerkelijk lage luchtweerstandscoëfficiënt van 0,38.

BMW 328 1940

1954 BMW 502 CABRIOLET

De BMW 501 is in 1952 de eerste naoorlogse auto van de Bayrische motoren Werke. Al gauw wordt het gamma uitgebreid met de 502, die in 1954 wordt voorgesteld op het autosalon van Genève. De 502 is de eerste naoorlogse Duitse auto met een V8-motor. Die is 100 pk sterk en laat een topsnelheid van 160 km/u toe, waarmee de 502 een tijdlang de snelste Duitse berline is. De 502, die uiterlijk haast identiek is aan de 501, is herkenbaar aan de overvloed aan chroom en aan de in de spatborden geïntegreerde mistlichten. Net als de 501 wordt de 502 geroemd om zijn kwaliteit, maar zijn hoge prijs verhindert dat het een verkoopsucces werd.

BMW 502 Cabriolet

1955 BMW ISETTA

In 1953 toont Renzo Rivolta op het autosalon van Turijn zijn Isetta, een klein autootje met de mechaniek van een motorfiets. De Isetta is 2,29 meter lang, 1,37 meter breed en valt op door het hele front dat als een voordeur open scharniert om het instappen makkelijker te maken. Hoe geniaal zijn Isetta ook is, als rechtgeaarde Italiaan droomt Rivolta van zijn eigen sportwagen. Om die droom te realiseren verkoopt hij de licentierechten van de Isetta in verschillende landen. Op die manier komt hij bij BMW terecht, dat niet alleen de rechten opkoopt, maar ook alle machinerie om de auto te bouwen. Maar dan wel nadat er een BMW-motor is ingehangen. Vanaf zijn introductie in april 1955 is de Isetta een succes. In acht maanden tijd worden er 10.000 van verkocht en wanneer in 1962 de productie wordt stilgelegd, staat de teller op 161.728. De bijval is te danken aan de lage prijs en het feit dat op dat moment in Duitsland een motorrijbewijs volstaat om in een Isetta te rijden.

BMW Isetta

1956 BMW 507

Het is de Amerikaanse BMW-invoerder die in München gaat aankloppen met de vraag naar een grote sportwagen. Omdat de ontwerpen van de huistekenaar niet voldoen, wordt zelfstandig designer Albrecht von Goertz aangesproken. Zijn ontwerp slaat in als een bom, maar de prijs van de elegante roadster is zelfs naar Amerikaanse normen te hoog. Eén van de redenen van het zware prijskaartje, is de aluminium constructie van de auto. Met zijn 150 pk sterke V8-motor haalt de 507 een topsnelheid van 200 km/u. Maar in Amerika wordt de Duitse V8-motor door veel klanten te exotisch bevonden en ingewisseld voor een Amerikaanse motor. Omdat het bankroet dreigt, wordt de productie in 1959 na 252 exemplaren stopgezet. Tot groot jolijt van de verzamelaars. Begin 2014 brengt een perfect gerestaureerde 507 maar liefst 1,8 miljoen dollar op.

BMW 507 1957

1959 BMW 700

Verschillende Europese invoerders dringen er bij BMW op aan om opnieuw een kleinere, goedkopere auto te bouwen. De keuze om na de Isetta opnieuw grote, luxueuze auto’s te gaan fabriceren, is niet de juiste gebleken. Wanneer het groene licht voor de 700 wordt gegeven, balanceert BMW op de rand van het bankroet. Een ingreep van hoofdaandeelhouder Herbert Quandt verijdelt te elfder ure een dreigende overname door Daimler-Benz. De BMW 700 wordt getekend door de Italiaan Giovanni Michelotti en is zowel in tweedeurs sedan- als coupéversie te koop. De eerste BMW met een zelfdragend stalen koetswerk, wordt aangedreven door een lichtmetalen luchtgekoelde tweecilinder boxermotor, die uit de motorfietsenfabriek is geleend. De BMW 700 ontpopt zich zelfs tot een succesvolle racewagen. In 1959 alleen al behaalt hij 67 overwinningen en met de meer dan 200 km/u snelle, 70 pk sterke RS-versie doorbreekt BMW de hegemonie van de legendarische Fiat Abarth. Jacky Ickx is één van de de vele jonge coureurs die zijn eerste autosportstappen in een BMW 700 zet. Wanneer de productie van de 700 in 1965 wordt stopgezet, zijn er 181.411 stuks van gebouwd.

BMW 700 1959

1961 BMW 3200 CS

De 3200 CS wordt in 1961 op het autosalon van Frankfurt voorgesteld als de opvolger van de uitdovende 503. De door Bertone getekende, tijdloos klassieke carrosserie wordt gemonteerd op het chassis van de 507 en onder de motorkap zit een tot 160 pk opgevoerde V8-motor. Hoewel op applaus onthaald, wordt de 3200 CS geen kaskraker. In de vier jaar dat de productie loopt, worden er slechts 602 gebouwd. De enige cabriolet verhuist naar de garage van Herbert Quandt.

BMW 3200 CS

1962 BMW 1500

Op het autosalon van Frankfurt moet de 3200 CS de spotlights delen met het prototype van de 1500, een opnieuw uit het potlood van Michelotti gevloeide middenklasse berline, die binnenshuis de naam Neue Klasse krijgt. Met de 1500 begeeft BMW zich op onbekend terrein, maar vanaf de auto in 1962 in productie gaat, komt de bevestiging dat München de juiste keuze heeft gemaakt. De Neue Klasse wordt een succes zonder voorgaande en het chassis wordt tot 1972 gebruikt als basis voor verschillende modellen, waaronder een coupé. De 2000 CS uit 1965 vormt de basis voor een generatie legendarische coupés met als sportief uithangbord de 3.0 CSl.

BMW 1500 1962

De Neue Klasse vestigt ook de reputatie van BMW als sportief merk. Zowel in 1965 als in 1966 schrijft het model de 24 uur van Francorchamps op zijn naam. In 1965 winnen Pascal Ickx en Gerald Langlois met een 1800 TiSA, een jaar later is een 2000 Ti met Jacky Ickx en Hubert Hahne aan het feest. Kenmerkend voor de latere modellen, zijn de grote rechthoekige koplampen.

1966 BMW 02

BMW 02 1966
BMW 2002 Turbo

Officieel is de BMW 02 (deze typebenaming werd pas vanaf 1971 gebruikt) geen coupé maar een tweedeurs berline, die gebaseerd is op de Neue Klasse. Gelanceerd als 1600 met een 75 pk-motor, wordt het aanbod al gauw uitgebreid met snellere versies als de 2002 tii, die dankzij zijn via een Kugelfischer-injectie gevoede 2-litermotor 130 pk naar de achterwielen stuurt. De 2002 is zeer populair in de autosport en op zoek naar meer pk’s lanceert BMW in 1973 de 2002 Turbo, die dankzij zijn turbocompressor 170 pk sterk is. Met een specifiek vermogen, de verhouding tussen pk’s en cilinderinhoud, van 85 pk/l doet de BMW zelfs beter dan een Porsche Carrera RS, die op 80 pk/l bleef steken. De BMW 2002 Turbo wordt meteen het onderwerp van controverse, waarbij vooral het in spiegelschrift op de voorspoiler aangebrachte turbo-logo het moet ontgelden. Dat wordt, zelfs door leden van de beheerraad van BMW, als agressief ervaren. Waarop wordt besloten om het gewraakte logo op de in Duitsland geleverde auto’s te verwijderen. Maar groter gevaar bedreigt de rappe turbobolide. In 1973 wordt de Westerse wereld in een nieuwe petroleumcrisis gedompeld, niet meteen het ideale klimaat om een auto te lanceren die onder stoom een verbruik van 19 l/100 km laat optekenen. Van de 2002 Turbo worden slechts 1.672 stuks gebouwd. De tweedeurs berline dient ook als basis voor een cabriolet (vanaf 1966), een cabriolet met rolbeugel en een driedeurs model met de naam Touring (allebei vanaf 1971).

1972 BMW 5-Reeks

De 5-Reeks is het eerste model met de nieuwe typeaanduiding waarbij de 5 staat voor de modelreeks en de twee andere cijfers voor de motorisatie. Het eerste model is de 520, die ondanks zijn afmetingen wordt voorgesteld met een eerder bescheiden viercilinder met 115 pk. Daarmee legt de BMW 520 de sprint van 0 naar 100 kilometer af in 13 seconden, wat zelfs toen als eerder matig wordt beschouwd. Gelukkig heeft de 520 andere troeven zoals comfort, binnenruimte en rijgedrag, zodat er in 1973 alleen al meer dan 45.000 stuks worden verkocht. Vijf jaar later krijgt de 520 een 2-liter zescilinder ingebouwd.

BMW 5-Reeks 1972
BMW M5 enz

Ondertussen is het gamma uitgebreid met krachtigere versies met als topmodel de 528i. In 1977 winnen Eddy Joosen en Jean-Claude Andruet met een BMW 530 iUS de 24 uur van Francorchamps. Omdat de 3.0 CSi als basis voor racewagens stilaan met pensioen mocht, had Jochen Neerpasch, oud-coureur en baas van BMW Motorsport, omwille van de homologatie een 3-liter zescilinder in de 5-Reeks gedropt, een model dat officieel voor de Verenigde Staten was voorzien. Vandaar het aanhangsel US. Tot en met 1981 speelde de intussen kortweg 530i genoemde berline een hoofdrol in de 24 uur van Francorchamps.

Intussen is de 5-Reeks aan zijn zevende generatie toe.

1973 BMW 3.0 CSL

De BMW 3.0 CSL is het eerste echte homologatiemodel voor de autosport. Met zijn opvallende spoilers krijgt hij al gauw de bijnaam 'batmobile'. In 1973 wint deze BMW onder andere de 24 uur van Francorchamps.

BMW 3.0 CSL 1973

1976 BMW 6-Reeks

Voor de elegante coupé werkt BMW nauw samen met Karmann, dat de productie van het naakte koetswerk voor zijn rekening neemt. Dat wordt voor verdere afwerking naar de fabriek in Dingolfing getransporteerd. Typerend voor de sportieve inborst van de 6-Reeks is, dat het meest succesvolle model van deze eerste generatie de 635 CSi is. Die levert met zijn 3,5-liter zescilinder een vermogen van 211 pk, de latere M-versie zelfs 286 pk. De BMW 635 CSi wint drie keer de 24 uur van Francorchamps.

BMW 635 CSi Groep A

1977 BMW 7-Reeks

In 1977 neemt BMW met de 7-Reeks de Mercedes S-Klasse in het vizier. Oorspronkelijk zitten alleen zescilinders onder de motorkap, maar in 1987 verrast BMW de concurrentie met de 750i die wordt aangedreven door een gloednieuwe, met 240 kilogram voor die tijd bijzonder lichte V12-motor.

BMW 7-Reeks

1978 BMW M1

Om de in de Deutsche Rennsport Meisterschaft dominerende Porsches te lijf te gaan, kan Motorsport-baas Jochen Neerpasch de BMW-directie er van overtuigen een sportwagen met een centraal achterin gemonteerde motor te bouwen. Omwille van de homologatie moeten binnen twee jaar vierhonderd auto’s worden gebouwd, een te klein aantal om er een aparte productielijn voor op te starten. Daarom gaat BMW aankloppen bij Lamborghini, dat kort na het aanvaarden van de productieopdracht in woelige financiële wateren terecht komt. BMW reageert snel en vertrouwt de opdracht toe aan de in Stuttgart gevestigde koetswerkbouwer Baur.

BMW M1 1978
BMW M1 Procar

De 3,5-liter zescilinder met vier kleppen per cilinder levert in de productieversie al een kloeke 277 pk, wat voor de raceversie wordt opgetrokken tot 495 pk. De BMW M1 wordt vooral bekend door de zogenaamde Procar-races, die in het voorprogramma van enkele Grote Prijzen worden gereden. In deze races nemen de vijf best geklasseerde F1-rijders uit de kwalificatieritten van vrijdag het op tegen enkele vaste Procar-racers. Wat garant staat voor spectaculaire races. Alleen de Ferrari- en de Renault-rijders worden van deze verplichting ontslagen. Een superversie met een meer dan 1.000 pk sterke turbomotor kent niet het verhoopte succes.

1982 BMW 3-Reeks (E30)

De 3-Reeks debuteert al in 1975, maar het is de tweede generatie, die binnenshuis de codenaam E30 krijgt, die de status van merkicoon verwerft. Wat niet wil zeggen dat de eerste generatie ongemerkt passeerde. Met de 320-6 en de 323i maakte de kleine zescilinder zijn rentree in de middenklassenauto’s. Maar alle motoren kwamen in hetzelfde koetswerk terecht. De enig frivoliteit die BMW zich permitteerde, was de bij Baur gefabriceerde cabriolet met zijn karakteristieke rolbeugel.

BMW M3 1992

Met de E30 begint de diversifiëring van het gamma. Naast de driedeurs komt er een vierdeurs berline en later volgt een cabriolet, dit keer binnenshuis gebouwd en zonder rolbeugel en een break, die de naam Touring erft. De E30 is na de 524d de tweede BMW met een dieselmotor en met de 325 iX, die als berline en als break verkrijgbaar is, wordt vierwielaandrijving in het gamma geïntroduceerd.

De meest tot de verbeelding sprekende auto van deze generatie is zonder enige twijfel de M3, het homologatiemodel dat met het oog op een autosportcarrière in 1985 wordt voorgesteld. De M3 valt op door zijn voorspoiler, zijn brede spatborden, zijn aerodynamischer gemonteerde achterruit en zijn achtervleugel. Onder de motorkap zit een 215 pk sterke 2,3-liter viercilinder zestienklepsmotor. De M3 wordt ingezet in het nieuwe kampioenschap voor toerismewagens waar ook de 24 uur van Francorchamps op de kalender staat. De M3 wint de Belgische etmaalrace vier keer. En in 1988 wordt Patrick Snijers met een BMW M3 Belgisch kampioen rallyrijden. In zes jaar tijd behaalt de BMW M3 1.500 overwinningen en 50 internationale titels.

BMw 3-Reeks E30

1983 Brabham BMW BT52

In 1981 besluit BMW een motor te bouwen voor de Formule 1. Als basis wordt gekozen voor de M12-motor, die in de Formule 2 en in de imposante 320 Groep 5-racewagens zijn degelijkheid had bewezen. Het team van motorentovenaar Paul Rosche slaagde er in om uit een kleine viercilinder met een inhoud van 1,4 liter maar liefst 1.280 pk te persen. Dat kan alleen tijdens de kwalificatieritten, waar gedurende korte tijd met volle turboboost wordt gereden. Mee aan de basis van het succes van deze motor liggen een door Bosch ontwikkelde via telemetrie gecontroleerde – wat een primeur is voor de Formule 1 - ontsteking en injectie én een door BASF-dochter Wintershall geproduceerde brandstof, waarvoor de mecaniciens tijdens het tanken beschermende kledij met gasmasker en veiligheidsbril toe moeten aantrekken. BMW gaat in zee met Brabham, toen nog eigendom van Bernie Ecclestone. Topingenieur Gordon Murray tekent de BT52 rond de BMW-motor en eind 1983 kroont Nelson Piquet zich tot wereldkampioen. BMW wordt het eerste merk dat de wereldtitel behaalt met een turbomotor, dit tot grote ergernis van turbopionier Renault.

Brabham BMW F1

1988 BMW Z1

De BMW Z1 ziet het licht als een demonstratiemodel van de BMW technik GmbH, maar de drang om opnieuw een echte roadster in het gamma te hebben en de enthousiaste reacties van het publiek doen de directie besluiten om de auto in productie te brengen. Voor de Z1 werd naar hartenlust met nieuwe materialen en nieuw productieprocedés geëxperimenteerd. Rond het stalen frame zit een koetswerk uit kunststof, dat opvalt met de deuren die in de hoge deurdrempels wegzakken, waardoor de inzittenden de indruk krijgen dat ze met een vooroorlogse roadster onderweg zijn. En een bodemplaat uit kunsthars die achteraan uitmondt in een zogenaamde diffuser, maakt vleugels en spoilers overbodig. Wanneer de productie van de Z1 in 1991 wordt stopgezet, zijn er 8.000 stuks verkocht.

BMW Z1 1988

1989 BMW 8-Reeks

De 8-Reeks biedt een ongeziene synthese van sportiviteit, comfort en spitstechnologie. Terwijl de neus herinnert aan de BMW Turbo uit 1972, een conceptauto getekend door Paul Bracq, refereren de bredere spatborden aan de sportieve M3. Onder de lange motorkap zit een van de 750i geleende V12-motor met 300 pk, wat later voor de CSi wordt verhoogd tot 380 pk. Daarvoor is onder andere de cilinderinhoud verhoogt van 4.988 tot 5.578 cc. In 1993 wordt een 840i met V8-motor aan het gamma toegevoegd.

BMW 8-Reeks

1994 McLaren F1

Nadat Ayrton Senna tijdens de Grote Prijs van Italië op het circuit van Monza door Jean-Louis Schlesser van de baan is geknikkerd, vertrekken McLaren-baas Ron Dennis, de hoofdingenieur Gordon Murray en geldschieter Mansour Ojjeh vroegtijdig naar de luchthaven van Milaan. Onderweg komt het gesprek op wat nu de ultieme sportwagen zou zijn. Murray heeft al een idee in zijn achterhoofd en al op de luchthaven heeft hij zijn twee bazen ervan overtuigd om de superauto te bouwen. Murray mikt op maximaal rijplezier dankzij een zo laag mogelijk gewicht. Voor de motor valt de keuze op een V12 van BMW, die door motorentovenaar Paul Rosche tot meer dan 600 pk wordt opgevoerd. De McLaren F1 valt op door zijn sobere lijn en zijn centraal gemonteerde chauffeursplaats met schuin daarachter twee passagiersstoelen. De F1 wordt door zijn eerste testrijders omschreven als het nec-plus-ultra qua sportief rijplezier. Wat niet alleen te maken heeft met zijn topsnelheid van meer dan 370 km/u. In 1995 wint een raceversie van de McLaren F1 de 24 uur van Le Mans.

McLaren F1

1994 BMW 3-Reeks Compact

Omdat BMW net iets te veel klanten richting GTI ziet vertrekken, wordt in de directiekamer beslist om terug aan te knopen bij de traditie van compacte, sportieve auto’s. Door de typeaanduiding ti, wat staat voor touring international, terug uit de schuif te halen, weet de klant precies waaraan hij zich mag verwachten. De compacte versie is 23 centimeter korter dan de fullsize 3-Reeks en heeft net als de 2002 Touring van weleer een schuin aflopende achterkant met openklappende achterklep. Vooral de versies met de kleinere motoren zijn gewild, maar de sportieve klant wordt evenmin vergeten. Die kan zich laven aan de 170 pk van de 323ti Compact.

BMW 3-Reeks Compact

1996 BMW Z3

De opvallende Z1 was te duur om in het door de Mazda MX-5 opnieuw aangezwengelde segment van bereikbare sportieve roadsters een rol te spelen. De Z3 moest dat wel kunnen, vandaar zijn ruim aanbod aan motoren. Hoe succesvol de bescheiden gemotoriseerde Z3 ook was, vandaag denken we toch vooral aan de M-versie en vooral aan de van de Z3 afgeleide coupé. In zijn M-uitvoering, natuurlijk.

BMW Z3 Coupé

1998 BMW V12 LMR

In 1998 staat de BMW V12 LMR al na vier uur in de pits. Onverklaarbare olielekken dwingen het team tot opgave. Als verzachtende omstandigheid kan worden aangevoerd dat de auto in een recordtempo is ontwikkeld. In minder dan negen maanden hebben een groep gespecialiseerde ingenieurs en mecaniciens in de oude gebouwen van het Williams Formule 1-team een innovatieve racewagen gebouwd die wordt aangedreven door een V12-motor met ongeveer 550 pk. Teleurstelling alom, maar de belofte wordt gemaakt om het jaar nadien terug te komen. In 1999 wint de BMW V12 LMR de 24 uur van Le Mans.

BMw V12 Le Mans

1999 BMW X5

De in het Amerikaanse Spartanburg gebouwde BMW X5 zorgt voor opschudding tijdens het autosalon van Detroit. De Duitse fabrikant countert de Amerikaanse SUV’s met een nieuw type auto dat de naam SAV krijgt, wat staat voor Sports Activity Vehicle. Het verschil in de naam mag subtiel lijken, maar de X5 profileert zich op die manier als de eerste SUV die de chauffeur de door BMW hoog in het vaandel gedragen waarden als dynamisch rijgedrag en veiligheid belooft en geeft. Een nieuwe niche is geboren.

BMW X5 1999

2006 BMW F1

Eind 2005 koopt BMW het team van de Zwitser Peter Sauber over en lanceert voor het seizoen 2006 het BMW F1-team met rijders Nick Heidfeld en Jacques Villeneuve, die halfweg het seizoen wordt vervangen door de beloftevolle Pool Robert Kubica. Dat jaar eindigen Heidfeld en Kubica elk één keer op het podium. Eind 2009 trekt BMW zich terug uit de Formule 1.

BMW F1 2006

2013 BMW i3

De i3 is BMW’s allereerste elektrische auto, die ook van meetaf als dusdanig werd ontwikkeld. Door veelvuldig gebruik van lichte materialen wordt het gewicht van de lithium-ionbatterijen grotendeels gecompenseerd. Met een volledig opgeladen batterij heeft de i3 een autonomie van 200 kilometer. Als alternatief is er de i3 met range extender, een tweecilinder benzinemotor die voor extra rijbereik zorgt.

BMW i3 2013

2014 BMW i8

Met de jongste sportwagen i8 bewandelt BMW voor het merk onbetreden paden. De i8 is de eerste plug-in hybride uit München en combineert een elektrische motor met een turbobenzinemotor, met name een 1.499 cc metende driecilinder die maar liefst 231 pk levert. Het gecombineerd vermogen van de krachtbron is 261 pk terwijl het gemiddeld normverbruik 2,1 l/100 km verbruikt.

BMW i8 2014

2014 BMW 2 Active Tourer

De eerste BMW met voorwielaandrijving valt terug op de modulaire mechanische basis van de huidige Mini. De lay-out met voorwielaandrijving past beter in het concept van een compacte éénvolumewagen met een maximale binnenruimte. De 2 Active Tourer is met andere woorden ook de eerste éénvolumeauto van BMW.

BMW 2 Active Tourer