Prestige Carguide is een gloednieuwe website waar je naast alle informatie over nieuwe sportwagens, young- en oldtimers ook spannende verhalen vindt over auto’s en autosport. Prestige Carguide is ook jouw website, waarop jij je verhaal kwijt kan.

De echte Stig

Stig Blomqvist Audi Zweden

Stig Blomqvist, die dit jaar 70 wordt, erfde de autosportmicrobe van zijn vader, die hem als twaalfjarige snotneus in de bijrijdersstoel zette. De kleine Stig werd kotsmisselijk, waardoor vader snel begreep dat zoonlief niet voor de bijrijdersstiel in de wieg was gelegd. Dus werd het aftellen tot de achttiende verjaardag vooraleer rallyrijder Stig Blomqvist zelf achter het stuur van een Saab mocht kruipen. In het begin van zijn carrière reduceerde het jonge geweld maar liefst negen Saab’s vakkundig tot schroot. Maar niet nadat hij het de fabrieksrijders verschrikkelijk moeilijk had gemaakt. Omdat men in die tijd niet op een wrak meer of minder keek, werd de snelle Stig in 1969 opgenomen in het fabrieksteam van Saab. Blomqvist bedankte voor het vertrouwen met onder andere een hattrick in de rally van Zweden, die hij van 1971 tot en met 1973 won aan het stuur van een Saab 96 V4. In 1977 was hij in zijn thuisrally opnieuw aan het feest in een Saab 99 EMS en in 1979 zorgde hij in Zweden voor een wereldpremière door als eerste een WK-rally te winnen in een auto met een turbomotor. Het zijn maar enkele overwinningen uit zijn goedgevulde palmares uit de Saab-dagen.

Stig Blomqvist Saab 99 Turbo

In die Saab-periode bewees Stig Blomqvist zich als de met voorsprong snelste en spectaculairste voortrekkerpiloot die ooit over de rallywegen vloog. Om zijn verdienste naar waarde te kunnen schatten, moet je beseffen dat een voorwielaangedreven auto eigenlijk totaal ongeschikt is voor de rallysport en dat Blomqvist het grootste deel van de tijd ook nog eens een pk-handicap moest compenseren. Dat lukte het best op gladde wegen. Blomqvist en zijn Saab 96 V4 schitterden onder andere ook in de 1000 Meren Rally in Finland en de RAC Rally in Groot-Brittanië en zowel in 1976 (Saab 99 EMS) als in 1980 (Saab 99 Turbo) reed hij tijdens de Boucles de Spa de verzamelde concurrentie op een hoopje. Maar de Zweed was niet alleen snel met voorwielaangedreven auto’s. Dat bewees hij al in 1981 tijdens zijn weinige rally’s met de Talbot Lotus en vanaf 1987 met de Ford Sierra RS Cosworth. En dan was er natuurlijk Audi, waar hij zich als de snelste Quattro-rijder toonde.

Stig Blomqvist 1

Hoewel Blomqvist nog steeds geen spraakwaterval is, is hij vandaag al ongeveer 100 procent spraakzamer dan tijdens zijn rallycarrière. Toch belet zijn aangeboren bescheidenheid hem om zijn prestaties zelf naar waarde te schatten. Over hoe hij en zijn ploegmaat Per Eklund in 1976 met hun 96’s V4 in Zweden de Lancia Stratos van Bjorn Waldegard afhielden (Eklund won, Blomqvist werd tweede) is hij heel kort. “In Zweden kwam het er vooral op aan om de auto op snelheid te houden en waren we op het snelle parcours minder benadeeld dan op een traject vol haarspeldbochten. Zweden en Finland waren daarom mijn favoriete rally’s omdat ze allebei over mooie, snelle wegen gaan.” En omdat er onder het rechterpedaal van de Saab 96 geen cavalerie zat die fouten kon compenseren, werd voortdurend naar hulpmiddeltjes gezocht om er de vaart in te houden. Zo zette Saab ooit gladde, glanzende wieldoppen op de rallywagens. “In Zweden maakten we gebruik van de sneeuwmuren om sneller door de bochten te kunnen. Door die wieldeksels te monteren wilden we verhinderen dat de wielbouten in de sneeuw zouden frezen, wat voor snelheidsverlies zou kunnen zorgen. Maar of we daardoor de rally wonnen, ik denk het niet”, lacht Blomqvist.

Blomqvist action

Ernstiger wordt hij wanneer hij de kunst van het rijden met een voortrekker beschrijft. “Met een voorwielaangedreven auto snel gaan was zeer delicaat. Omdat het stuur en de aandrijving op dezelfde wielen zitten, kwam het er op aan om de voorwielen zo snel mogelijk terug recht te zetten. Accelereren met gedraaide wielen zou tijdrovend onderstuur voor gevolg hebben. Daarom waren we verplicht om de auto, meer dan bij een achterwielaangedreven auto het geval was, al ver voor de bocht te plaatsen, wat inderdaad voor spectaculaire passages zorgde. Het nadeel was wel dat, eens je het manoeuvre had ingezet, er nauwelijks ruimte was voor correcties. Het was balanceren, gooien en gas geven, waarbij de techniek van het remmen met de linkervoet een zeer belangrijke rol speelde. En dan was het nog uitkijken dat je niet teveel gas gaf.

Stig Blomqvist 2

De Audi Quattro was een godsgeschenk voor mij. Ik hoefde niet eens mijn rijstijl aan te passen. Alleen, bij het gas geven waren daar de achterwielen die een handje kwamen helpen.” Dat Blomqvist en de Quattro voor elkaar gemaakt waren, bewees hij door bij zijn debuut in 1982 meteen zijn thuisrally te winnen. “Eén van de klassementsproeven werd gereden op een hippodroom, waar we met vier auto’s tegelijk startten. Bij het insturen van de eerste bocht keek ik in de achteruitkijkspiegel en zag niemand. Ik vreesde dat ik een valse start had genomen, maar die vrees was ongegrond”, herinnert de stille Zweed zich zijn maidentrip. En in 1984 vertelde Walter Röhrl aan iedereen die het horen wilde, dat Blomqvist hem met de Audi Quattro had leren rijden. De Zweedse stuurvirtuoos moet er vandaag even om lachen. “Röhrl zou zonder mijn ‘rijles’ ook zeer snel zijn geweest met de Quattro. Maar het klopt dat ik hem tips heb gegeven wat betreft het remmen met de linkervoet.”

Stig Blomqvist actie 3

In 1984 werd Stig Blomqvist wereldkampioen met een Audi Quattro. Toen hij in 1983 werd opgenomen in het fabrieksteam, werd al gauw duidelijk wie de snelste was. Maar omdat oudgediende Hannu Mikkola de voorkeur kreeg, werd de snelle Zweed een beetje vertraagd. In Zweden gebeurde dat door hem in een Groep A 80 Quattro te stoppen, in Argentinië en Finland moest hij buigen voor teamorders. Pas wanneer Mikkola de titel op zak had, kreeg Blomqvist de vrije teugel. Hij eindigde het jaar met een klinkende overwinning in de RAC Rally. Het jaar nadien kon niets hem nog tegenhouden.

In 1986 verhuisde Blomqvist naar Ford, waar hij de gloednieuwe RS 200 in handen kreeg en later op het jaar tekende hij voor twee gastoptredens in de Peugeot 205 T16, twee Groep B-monsters die symbool staan voor de waanzin van dit tijdperk. Door de steeds efficiëntere vierwielaandrijving stond niets een vermogenswedloop in de weg. Met de noodlottige gevolgen die we kennen. En toch vindt Blomqvist het nog steeds jammer dat de Groep B werd afgeschaft. “Ik vind dat Balestre in 1986 te snel heeft beslist om de Groep B te schrappen. Akkoord, er waren op korte tijd een aantal vreselijke ongevallen gebeurd. Maar als je alles nuchter bekijkt, moet je vaststellen dat de ongevallen van Santos in Portugal en van Surer in Duitsland vooral het gevolg waren van te weinig ervaring. De Ford RS 200 was geen gemakkelijke auto. Ik weet dat Santos de auto enkele dagen voor de start in Portugal kreeg en eigenlijk te weinig tijd had om te wennen. En dan gaat hij zich meteen meten met de toprijders, die hun auto’s perfect kennen. Het ongeval van Henri Toivonen blijft daarentegen een raadsel. Niemand weet wat er precies is misgegaan. Het klopt dat deze auto’s zeer snel waren, maar het was mogelijk om ze qua veiligheid te verbeteren. Alleen al het vervangen van de aluminium rolkooi door een stalen, zou al veel geholpen hebben. En ja, misschien moest het vermogen toen wat getemperd worden.”

Stig Blomqvist Audi S1 1986

Door zijn ervaring met vierwielaangedreven rallywagens van divers pluimage, Blomqvist reed zijn laatste WK-rally in 2006 met een Subaru Impreza, heeft de Zweed ook een duidelijke visie over wat de perfecte 4x4 is. “Voor mij was het geen logische keuze om vierwielaandrijving met een centrale motor te combineren. Door de lastwissel bij de acceleratie worden de voorwielen zo goed als buitenspel gezet. En ik verkies nog altijd de 50/50-krachtverdeling als basisafstelling. Toen ik met de Peugeot 205 T16 reed, vroeg ik ook om een 50/50-krachtverdeling. Juha Kankkunen en Timo Salonen waren het hier niet mee eens, maar ik was wel sneller dan zij. Maar ik begrijp dat wie alleen met achterwielaandrijving had gereden, zich beter op zijn gemak voelde in een auto met meer kracht op de achterwielen.”

Stig Blomqvist actie 2

Hoewel ’s mans uitleg wel hout snijdt, blijft het feit dat de Audi Quattro door de nieuwe rallywagens naar huis werd gereden. “Dat klopt. Maar daar waren andere redenen voor. De Quattro was een oud concept en met de komst van de nieuwe generatie Groep B-auto’s werden de nadelen van de Quattro, zoals de voor de voorwielen gemonteerde motor en de ongunstige gewichtsverdeling pijnlijk duidelijk. En het was steeds zoeken naar een compromis. Het Torsen-differentieel maakte de auto makkelijker op asfalt. Maar op onverhard reageerde het differentieel te traag, wat de auto dan weer minder efficiënt maakte. Die wachttijd was vaak een probleem, waar ik omheen probeerde te rijden.”

Stig Blomqvist 6

Hoewel zwijgzaam, heeft Stig Blomqvist een duidelijke mening over de rallysport, ook over hoe de sport is geëvolueerd. “Ik vind de autosport vandaag overgereglementeerd. Kijk naar de moderne rallywagens, dat zijn allemaal dezelfde auto’s met een andere carrosserie. Ze missen karakter. Ik heb een tijd in Nieuw-Zeeland gewoond en ben er samen met mijn zoon naar de WK-rally gaan kijken. Na vier auto’s gezien te hebben, vond hij het welletjes. “Dit is vervelend”, zei hij. Let wel, ik heb nog steeds bewondering voor die jongens die er zeer snel mee kunnen gaan, maar het rijden is er zeker niet moeilijker op geworden.”