Prestige Carguide is een gloednieuwe website waar je naast alle informatie over nieuwe sportwagens, young- en oldtimers ook spannende verhalen vindt over auto’s en autosport. Prestige Carguide is ook jouw website, waarop jij je verhaal kwijt kan.

EXCLUSIEVE TEST : DE DAKAR-MINI

Mini All4 Racing 1

De Mini ALL4 Racing is één van de meest succesvolle woestijnracers ooit, met van 2012 tot nu vier opeenvolgende Dakar-zeges op zijn palmares. Alleen de Mitsubishi Pajero, die van 2001 tot en met 2007 domineerde, deed beter. X-Raid, dat de woestijn-Mini bouwt en laat rijden, is dan ook niet het eerste het beste. Voor hij in 2003 de BMW X5 Cross Country bouwde, deed eigenaar Sven Quandt als rijder en als teammanager ervaring op bij Mitsubishi. Die X5 was speciaal, vanwege de eerste frontrunner met een dieselmotor. Een motor waarbij X-Raid tot vandaag zweert. “De ervaring heeft ons geleerd dat om een wedstrijd als Dakar te winnen het vermogen van de motor van ondergeschikt belang is. Wat telt is trekkracht op lage toeren. En de betrouwbaarheid”, motiveert Quandt zijn toen opmerkelijke keuze. “De Dakar-rally wordt wel eens een marathon genoemd, maar dat belet niet dat er op het scherp van de snee wordt gereden. De toprijders flirten voortdurend met de limiet en vechten om elke seconde. Wij bouwen voor hen een auto die gedurende de hele wedstrijd hetzelfde, hoge tempo kan aanhouden. En die, als er zich toch een probleem voordoet, zo vlug mogelijk opnieuw kan vertrekken”, vult ingenieur Ricardo Sacramento aan.

Mini All 4 racing 4

Voor je in je onstuitbaar enthousiasme je nieuwe Mini Countryman inschrijft voor de volgende Dakar, is het misschien goed om te weten dat de Mini ALL4 Racing alleen maar van ver op het showroommodel lijkt. “Zeggen dat we alleen maar de carrosserie van een Countryman gebruiken, is zelfs gelogen. De ALL4 Racing staat op het chassis van zijn voorganger, de BMW X3 Cross Country. Omdat de motor en de versnellingsbak in het buizenchassis worden gemonteerd en de ophanging met twee schokdempers per wiel ook rechtstreeks aan het frame wordt bevestigd, kan het bij wijze van spreken zonder carrosserie rijden. Om er een Mini van te maken, hebben we een koetswerk gefabriceerd dat op het chassis past en de vormen van de Countryman kopieert. Maar als je gaat meten, merk je dat de ALL4 Racing langer en breder is en dat hij een langere wielbasis heeft”, licht de ingenieur toe.

Mini All4 racing detail 2

Om in de cockpit van de woestijn-Mini te klauteren, heb ik net geen opstapje nodig. De ALL4 Racing staat hoog op zijn poten en heeft bovendien een dubbele bodem. Tussen de bodemplaat en de vloer van de cockpit schuilen onder andere twee reservewielen en enkele belangrijke wisselstukken. “Die zitten niet toevallig daar”, komt Sacramento nog even tussen. “We weten wat de teams onderweg nodig hebben en hoe we die ‘ballast’ optimaal kunnen verdelen in functie van het evenwicht van de auto. Door die zware onderdelen zo laag mogelijk in de auto te verstoppen, wordt het zwaartepunt verlaagt. Wat goed is voor de wegligging. En met de zware motor vooraan zorgt de achter de ruggen van de bemanning gemonteerde, 400 liter grote dieseltank voor een optimale 50/50 gewichtsverdeling, wat de stabiliteit en het weggedrag bevordert. Er is echter één probleem. Naarmate de rit vordert en de tankinhoud vermindert, verandert ook de gewichtsverdeling. Iets waarmee we bij de afstelling van de auto rekening moeten houden.” Net als met het totale gewicht, want met een volle tank en de bemanning aan boord weegt de Mini bijna twee ton. Dat is ongeveer evenveel als een flink uit de kluiten gewassen Range Rover.

Mini All4 Racing 3

Intussen zit ik stevig vastgegespt in de kuipstoel puffend te wachten op het signaal dat ik de motor mag starten. Buiten klimt de temperatuur langzaam maar zeker richting veertig graden, wat niet wil zeggen dat er in hemdsmouwen wordt gereden. De dresscode van een Dakar-rijder verschilt niet van die van een rally- of circuitrijder. Een dikke, brandvrije overall, een dito muts of balaclava en een helm zijn verplicht. Gelukkig krijg ik snel het teken dat ik de startknop mag induwen, waarmee ook de airconditioning wordt geactiveerd. “Wanneer je met twee een hele dag in zo’n kleine ruimte moet doorbrengen, is dit geen overbodige luxe”, klinkt de stem van mijn gelegenheidsbijrijder via de intercom in mijn helm. Vanaf nu is het luisteren geblazen. Want, zo is het me al sinds mijn eerste kennismaking met het team ingepeperd: aan boord is de bijrijder de baas. En niet alleen wanneer er een journalist achter het stuur zit die niets liever zou willen dan volgas richting horizon te verdwijnen. Tenminste, als ik zou weten waar alles wat voor mijn snufferd staat voor dient. “Probeer vooral het toerental en de gekozen versnelling in het oog te houden. De rest controleer ik wel”, klinkt de geruststellende stem in mijn helm weer.

Mini All4 Racing detail 1

Waar de pedalen en het stuur voor dienen, weet ik gelukkig nog wel. En het is niet de eerste keer dat ik met een sequentiële versnellingsbak werk. Met zo’n versnellingsbak moet je niet in een H-vorm schakelen, maar zoals bij een motorfiets in één lijn door de verzetten gaan. Dat wil zeggen de pook naar me toe trekken om op te schakelen en naar voor duwen om terug te schakelen. En dat zonder te ontkoppelen. Toch staan er drie pedalen in de Mini. Maar de koppeling dient alleen om de achteruit of de eerste versnelling in te schakelen. “Misschien ook de tweede, als je niet snel genoeg bent”, waarschuwt mijn engelbewaarder. Ik heb het begrepen, maar eerst achteruit onder de servicetent uit manoeuvreren om vervolgens aan te zetten richting duinen. Zoals het me op het hart is gedrukt, maak ik van de eerste kilometers gebruik om de auto te leren kennen. Het kan best zijn dat deze Mini zeer gemakkelijk te rijden is, maar onder de motorkap zit nog altijd een 320 pk sterke zescilinder dieselmotor met een fenomenale trekkracht van 800 Nm, die vanaf 2.100 toeren paraat staat. Wat in de praktijk wil zeggen dat het nauwelijks nodig is om de motor voorbij de 3.000 toeren per minuut te jagen. Over een met dikke keien bezaaide, brede weg zet ik koers naar de klassementsproef waar ik al mijn duivels mag ontbinden. In afwachting voer ik het tempo langzaam maar zeker op.

Mini All4 racing detail 3

“Na 500 meter rechtsaf en stoppen voor de kegels. Daar is de start”, krijg ik te horen. Nu gaat het beginnen. Met de linkervoet op de koppeling en de rechtervoet op het gaspedaal wacht ik het sein van mijn copiloot af. “Drie, twee, één … go!” De linkervoet lost de koppeling, de rechtervoet verplettert genadeloos het gaspedaal en de Mini ALL4 Racing schiet weg. Vier wielen bijten zich vast in het zand en hebben geen moeite met de fenomenale trekkracht van de dieselmotor. Tweede, derde, vierde … steeds sneller. Tot nu toe heb ik het gevoel dat ik een gewone acceleratietest met een sportwagen aan het afwerken ben. De ophanging verteert de oneffenheden moeiteloos en de auto schiet rechtdoor op zijn doel af: een passage tussen twee lage duinen. “Opletten, haarspeldbocht naar links. Mooi aan de buitenkant blijven”, luidt de opdracht. Kinderspel, zeker op een ruimte groter dan de parking van de supermarkt. Ik zet de slingerbeweging in om de auto tenslotte scherp naar links te sturen en via de kortste en bijgevolg snelste weg naar het volgende punt te razen, een korte klim met op de top een bocht naar rechts. Dat is tenminste de bedoeling. Wat ik wil, is duidelijk. Maar wat ik voel, is een auto die steeds trager wordt en zich tenslotte in het mulle zand ingraaft. “Een mooi manoeuvre, zeer goed uitgevoerd zelfs. Maar je hebt de auto precies daar gestuurd waar we niet wilden zijn. In het diepe zand, waar je alleen op snelheid kan doorheen waden”, klinkt het vermanend door de intercom.

Mini All4 racing 2

Dat wordt wachten op de takelwagen en daarna de schande om aan de kabel binnengesleept te worden, raad ik het vervolg en einde van mijn avontuur. Maar dat is zonder de geheime wapens van de Mini gerekend. Dankzij vier ingebouwde, hydraulische kriks bengelen eerst de linker- en dan de rechterwielen veertig centimeter boven de grond, waardoor ik gemakkelijk de getrokken sporen opnieuw met zand kan vullen en we na enkele minuten zonder hulp van buitenaf opnieuw kunnen vertrekken. “Het komt er dus niet alleen op aan om een betrouwbare auto te hebben. Het is ook belangrijk om alles aan boord te hebben om, wanneer er iets misgaat, zo snel mogelijk opnieuw onderweg te zijn en het tijdverlies tot een minimum te beperken”, legt mijn bijrijder uit terwijl we ons opnieuw insnoeren.

Mini All 4 Racing 5

Vanaf nu probeer ik zo strak mogelijk te rijden. Keurig remmen en met zo klein mogelijke bewegingen de auto in de juiste richting sturen om zo vroeg mogelijk opnieuw op het gas te gaan. Verbazend hoe precies de auto reageert op al deze, steeds subtieler wordende bevelen. Er is echter één groot probleem. Ik zie geen kloten! Een trillende horizon, dat wel. Maar wat de stem in de helm omschrijft als achtereenvolgens diep zand, opgewaaid zand en stenen, ziet er van achter het stuur allemaal hetzelfde uit. Maar omdat ik me nu wel netjes aan de aanwijzingen houd, razen we nu probleemloos om de vele valstrikken heen. Alleen remmen, of beter gezegd het gevoel bij het remmen, zorgt nog voor enkele probleempjes. Gelukkig voor de Mini onderschat ik de remkracht op deze ondergrond, wat zich hoogstens in wat tijdverlies vertaalt. Kortom, wanneer ik de Mini ALL4 Racing opnieuw onder de servicetent parkeer, is mijn idee over racen in de woestijn al behoorlijk bijgesteld. “Straks mag jij als bijrijder van Nani Roma hetzelfde parcours beleven”, zegt een mecaniciens, terwijl ik me zwetend en puffend uit de cockpit hijs.

Wordt vervolgd …