Prestige Carguide is een gloednieuwe website waar je naast alle informatie over nieuwe sportwagens, young- en oldtimers ook spannende verhalen vindt over auto’s en autosport. Prestige Carguide is ook jouw website, waarop jij je verhaal kwijt kan.

Jean Claude Andruet : "Alpine was beter dan Stratos!"

Alpine A110 MC 73 Andruet 10
Jean-Claude Andruet

Jean-Claude Andruet debuteert in 1965 in de Rallye de la Côte Fleurie nadat een hardnekkige schouderblessure de voormalige Franse judokampioen had gedwongen de kimono aan de haak te hangen. De nieuwbakken rallyrijder debuteert in een Renault 8 Gordini en start samen met een zakenrelatie zijn nieuwe carrière. In 1967 wordt hij opgenomen in het fabrieksteam van Alpine en wint hij aan het einde van het jaar de Challenge Shell International, een rijk gedoteerd regelmatigheidscriterium waarin alle belangrijke wedstrijden zijn opgenomen.

De Monte Carlo leerschool

Al in 1968 ziet Jean-Claude Andruet een eerste overwinning in de rally van Monte Carlo aan zijn neus voorbijgaan. “Er bestond nog geen systeem van prioritaire piloten, dus kregen we een hoog startnummer. Tijdens de langste klassementsproef haalde ik een twaalf deelnemers in, maar bijdie in een door de sneeuw onzichtbaar gemaakte greppel. Ik schoof zo’n 130 meter verder, vooraleer de auto zich volledig had ingegraven. De auto was onbeschadigd, maar we stonden wel geblokkeerd. Nadien is men begonnen met nummers toe te kennen op basis van het palmares.”

In 1970 is de rally van Monte Carlo voor Jean-Claude Andruet al afgelopen voor ze goed en wel begonnen was. “Ik was ziek aan de start gekomen. Bij het vertrek in Parijs liet ik, om mezelf nog wat rust te gunnen, mijn bijrijder rijden. Die vergiste zich van weg en miste een controlepost, waarop we onmiddellijk werden uitgesloten.”

Ook in 1971 voelt Andruet zich niet lekker bij de start van zijn favoriete rally. “Ik was depressief, stond op het punt te stoppen met autosport en had de rally bijgevolg nauwelijks voorbereid. Ik was heel rustig gestart, maar naarmate de wedstrijd vorderde, begon ik in het ritme te komen en begon ik me in de strijd voor de overwinning te mengen. Had ik tijdens de finale niet lekgereden, dan hadden we kunnen winnen. Het positieve aan het hele verhaal was, dat ik geleerd had hoe ik de Monte Carlo kon winnen. Die rally was voor mij een monument, een wedstrijd die ik absoluut wilde winnen en die ik tot dan totaal verkeerd had benaderd. Ik wilde in elke bocht de snelste zijn, met vaak een sortie tot gevolg. Terwijl je zo snel mogelijk moet rijden, zonder veel risico’s te nemen. En er voor zorgen dat je dicht genoeg bij de kop blijft, om op het gepaste moment te kunnen toeslaan.

Alpine A110 MC 73 Andruet 3
Alpine A110 MC 1973 Andruet
Alpine A110 MC 73 Andruet 2

Generale repetitie

In 1972 rijdt Jean-Claude Andruet naar eigen zeggen zijn beste Monte Carlo, ook al was die wedstrijd niet onder optimale omstandigheden gestart. “’Biche’ (pseudoniem voor Michèle Petit, red.) was ziek en werd op het laatste moment vervangen door Pierre Pagani, een journalist die niet de ervaring van mijn vaste bijrijdster had. Maar dat jaar was ik vooral het slachtoffer van de veranderende sfeer in het team. Ik kreeg niet de juiste banden en had meer het gevoel dat ik werd tegengewerkt in plaats van geholpen. Terwijl mijn ploegmaats in de Ardèche met aangepaste banden reden, moest ik het met ‘racings’ stellen. Ondanks de tegenwerking bleef ik aanvallen. Met resultaat, wat op de Chartreuse-proef was ik een minuut sneller dan mijn rechtstreekse tegenstanders. Op La Cime du Mas ben ik zelfs 1’37” sneller dan Ove Andersson en 1’46” sneller dan Bernard Darniche. Maar toch loopt het niet zoals ik het wil. Op weg naar Monaco krijg ik verkeerde informatie doorgespeeld, waardoor we op de verbindingsrit zeer veel tijd verliezen. De moed zonk me in de schoenen, met als gevolg dat ik geen laatste verkenning meer deed op de proeven van de finale. In die tijd hadden we een dag rust voor het ‘parcours final’ en iedereen profiteerde hier van om voor de start nog even het geheugen op te frissen. Ik paste. Wat me niet belette om in de finale voluit te gaan. Ik reed zo snel dat mijn bijrijder op de Col de la Couiolle een notitie miste, waarop we van de baan gingen.” Dat jaar won Sandro Munari met een Lancia Fulvia HF 1600. Toch is het ongepast om te zeggen dat de Italiaan de Alpine-rijders had geklopt. Alpine had zichzelf door een gebrek aan wedstrijdstrategie buitenspel gezet. Andersson en Darniche gingen in hun onderlinge strijd zo hard tekeer, dat in beide auto’s de versnellingsbak de geest gaf. “Bij Alpine bestonden geen teamorders. Iedereen mocht zijn kans gaan”, bevestigt Andruet.

Alpine A110 MC 1973 Andruet 9

Jour de gloire

In 1973 staan vijf fabrieks-Alpines aan de start van de rally van Monte Carlo en nog steeds gaat teambaas Jacques Cheinisse er vanuit dat de snelste moet winnen. En dat jaar is Andruet de snelste.

“Maar ook nu weer deed ik er alles aan om de rally te verliezen”, lacht de rallyrijder vandaag. “Op Burzet draai ik in danteske omstandigheden de snelste tijd, met daarna een lastige verbindingsrit naar Moulinon. Daar komt een journalist van Sport Auto me opzoeken met de vraag wat er op Burzet allemaal is gebeurd. Ik interpreteer zijn opmerking volledig verkeerd, begin me op te jagen en ga nog sneller rijden. Op de ondergesneeuwde klassementsproef van Saint-Bonnet-le-Froid neem ik alle mogelijke risico’s, tot ik twee kilometer voor de finish iets te laat rem en de auto met één wiel in de gracht geblokkeerd raakt. Gelukkig stonden iets verderop enkele jongeren, maar voor die taillediep door de sneeuw wadend bij ons raakten, leek een eeuwigheid voorbij te gaan. Toen we uiteindelijk vlotgetrokken werden, hadden we enkele minuten verloren. Gelukkig hervinden we zeer snel het goede ritme en komen als eersten in Monte Carlo aan. We bereiden ons optimaal voor op de laatste nacht en de strijd met ploegmaat Ove Andersson. De eerste proef gaat via smalle met kiezel en keien bezaaide wegen over de Col de la Madone. Het lijkt alsof alles vierkant draait. Ik ben als het ware verlamd door de druk, niets lukt. Andersson zet de snelste tijd op de klokken. Een tweede klap krijg ik bij de tweede passage over de Col de Turini. Vanaf de start voel ik dat de rechter achterband lek staat. Hoe dat kon, is me nog steeds een raadsel. Tussen de service en de start lag nauwelijks honderd meter. Had iemand de band lek gezet? In mijn hoofd gaat het razendsnel. Stop ik en vervang ik met de hulp van het publiek snel de band? Ik twijfel en rijd door. Wanneer verderop de weg smaller wordt en er nog nauwelijks toeschouwers staan, kunnen we niet meer wisselen. De auto zelf opkrikken zou ons te veel tijd doen verliezen. Dus besluit ik verder te gaan en waar het kan ondanks de lekke band zo snel mogelijk te gaan. De gok dreigt totaal fout te lopen, wanneer in de afdaling de band van de velg loopt en de carrosserie en de versnellingsbak beschadigt. Het verdict bij de aankomst is keihard. We staan 1’05” achter op Andersson. Ik ben totaal gedemoraliseerd. Wanneer een journalist van Radio Monte Carlo de microfoon in de auto duwt, schreeuw ik uit dat ik in deze rally vervloekt ben. Gelukkig weet ‘Biche’ me weer op te peppen. In Saint-Sauveur pak ik 45 seconden terug op Andersson. Op de Col de Turini ben ik 34 seconden sneller, waardoor ik met 14 seconden voorsprong aan de laatste proef over de Col de la Madone, de proef waar eerder niets lukte, begin. Andersson vliegt en verpulvert het record. Dan is het aan mij. Ik ben zeldzaam geconcentreerd en haal alles uit de auto.”

Wat zijn bijrijdster bevestigt : “Het leek er op dat het geluk ons in de steek had gelaten, maar we pakten het terug. Ik denk zelfs dat op de Col de la Madone Onze-Lieve-Vrouw zelve ons een hand boven het hoofd heeft gehouden. Zo snel had ik Jean-Claude nog nooit zien rijden.”

Bij de aankomst volgt de bevestiging: Andruet is 12 seconden sneller dan Anderssonen en wint de rally met 26 seconden voorsprong. “De ontlading was enorm. ‘Biche’ en ik vielen in de auto in elkaars armen. Ik had eindelijk de rally van Monte Carlo gewonnen! En of het me gegund was. Wanneer we in de perszaal binnenkwamen, brak spontaan een minutenlang applaus uit.”

Alpine A110 MC 1973 Andruet 7

Alpine-complex

Onmiddellijk na zijn ‘jour de gloire’ verlaat Jean-Claude Andruet Alpine. “De sfeer in de ploeg was helemaal zoek. In 1972, het jaar dat ik professioneel piloot was geworden, had ik bijna alles gewonnen, waarop jaloezie de kop opstak. Ik ging daarom in op een aanbod van Lancia, om mee te werken aan de ontwikkeling van de Lancia Stratos.

In tegenstelling tot wat de rallygeschiedenis laat vermoeden, stapt Andruet niet van de ene onoverwinnelijke auto in de andere. “De Lancia Stratos waarmee ik kennismaakte was een ronduit gevaarlijke auto. Lancia leed in die dagen aan een Alpine-complex en bij alles wat ze deden werd naar de ‘Berlinette’ verwezen. Zo wilden ze absoluut dezelfde korte wielbasis waarbij ze vergaten dat de Stratos hoger was en een hoger zwaartepunt had. De auto was onbestuurbaar. Bovendien werkte de McPherson-ophanging niet naar behoren en was het stuur te veel ontdubbeld. De Alpine was zonder twijfel de betere auto. Hij was licht, had een ongelooflijke motriciteit en zijn weggedrag was een droom. Maar na hard werken, slaagden we er in om van de Stratos een succesvolle auto te maken.” Toch was het niet Andruet maar zijn ploegmaat Sandro Munari die tussen 1975 en 1977 met de Stratos in Monte Carlo domineerde. De Fransman won in 1974 wel de Tour de Corse met het Italiaanse monster. “Een overwinning die ik opeis. Ik heb die rally gewonnen, niet de auto”, besluit hij nu nog steeds fel.

Alpine A110 MC 1973 Andruet 8