Prestige Carguide is een gloednieuwe website waar je naast alle informatie over nieuwe sportwagens, young- en oldtimers ook spannende verhalen vindt over auto’s en autosport. Prestige Carguide is ook jouw website, waarop jij je verhaal kwijt kan.

MEAN MOTORS : ONBEKEND BELGISCH

Méan Sonora 2
Jacques D'Heur was van jongsaf gefascineerd door snelle auto's.
Jacques D'Heur was van jongsaf gefascineerd door snelle auto's.

De aanloop

Twaalf jaar is de in 1938 geboren Jacques D’Heur wanneer hij zijn eerste autorace bijwoont en prompt wordt besmet door de racemicrobe. Op zijn zeventiende koopt hij met het geld dat hij verdiend heeft met de verkoop van oud ijzer zijn eerste auto, een vooroorlogse BMW 328. Helaas is zijn geluk van korte duur. De auto vat vuur en brandt volledig uit. Gelukkig zet deze pech geen domper op zijn enthousiasme, integendeel. De jongeman recupereert het chassis, dat de basis wordt voor zijn eerste auto, die wordt aangedreven door een centraal achterin gemonteerde VW-motor. Dat er geen carrosserie op zit, is slechts een detail.

Om de taal te leren wordt Jacques D’Heur door zijn ouders naar Italië gestuurd, waar hij nooit op zijn bestemming aankomt. Gelokt door een parking vol glimmende sportwagens, stapt hij in Modena van de trein en biedt hij bij Maserati zijn diensten aan als hulpje. Daar leert hij samen met een aardig woordje Italiaans de stiel van racemecanicien. D’Heur beleeft er de tijd van zijn leven. Hij mag zelfs mee naar de 24 uur van Le Mans. Even later belandt hij bij Scaglietti, waar hij bij wijze van betaling een kopie van de carrosserie van een Ferrari 500 TRC meekrijgt, die hij eind 1958 op een eigen chassis monteert. Zijn liefde voor Ferrari is voor het leven, getuige de levensgrote steigerende paarden uit polyester die hij later zal maken.
Om zich verder te bekwamen, schrijft hij zich in aan het College of Automobile Engineering in Chelsea. Een vergissing, want eigenlijk wilde hij in Coventry studeren, daar waar coureur en Ferrari-testrijder Mike Parkes school liep. Maar D’Heur verslijt nauwelijks een broek op de schoolbanken. Hij is vooral terug te vinden in de ateliers van de vele kleine constructeurs, waar hij naar eigen zeggen meer opsteekt.

De Méan Sonora doorgelicht.
De Méan Sonora doorgelicht.

Bij zijn terugkeer in België bouwt de ambitieuze D’Heur drie prototypes . Maar al snel verdwijnt hij opnieuw richting Italië, waar hij bij Abarth als stockbeheerder en tolk aan de slag gaat. Om in 1964 naar Frankrijk te verhuizen, waar hij wordt geëngageerd door Ford France om er als rechterhand van Henri Chemin de autosportafdeling te runnen. Dankzij zijn talenkennis, hij spreekt intussen vlot Frans, Engels, Duits en Italiaans, wordt hij de go-between tussen de autosportafdeling in Engeland en het team van Chemin. Zijn taak is er voor zorgen dat de Franse Ford-rijders hetzelfde materiaal krijgen als de Britse. Henri Chemin, zelf geen onverdienstelijk racer die in 1967 met een Ford Mustang de rally van Monte Carlo reed met als bijrijder een zekere Johnny Halliday, was ook de man die aan de basis lag van de autosportcarrières van Jo Schlesser, waarvan D’Heur de vaste mecanicien wordt, en Guy Ligier. Geen wonder dat Jacques D’Heur in 1975 meewerkt aan de eerste Formule 1-auto van Ligier, de JS5 met Matra V12-motor die aan het begin van het seizoen 1976 vooral opvalt door zijn gigantische luchthapper. D’Heur, intussen gespecialiseerd in het modelleren van polyester, werkt er aan de carrosserie.

In 1969 wint Bernard Carlier met een Méan Barquette de Bekers van België in Zolder.
In 1969 wint Bernard Carlier met een Méan Barquette de Bekers van België in Zolder.

De geboorte van Méan Motors

In december 1964 richt Jacques D’Heur Méan Motors op. Vanaf het begin is het duidelijk dat hij meer heeft onthouden van zijn Engelse periode dan van zijn Italiaanse. Naar analogie met de kleine, gespecialiseerde Britse constructeurs zoekt hij naar een compromis tussen een bescheiden en goedkope mechaniek en sportwagenprestaties. Voor zijn eerste auto, die is gebaseerd op een simpel maar doeltreffend buizenchassis kiest hij de motor van een Ford Cortina, die hij centraal achterin monteert en koppelt aan de versnellingsbak van een Volkswagen.

NSU-verdeler Scheerens startte in zijn Méan Barquette in heuvelklimwedstrijden.
NSU-verdeler Scheerens startte in zijn Méan Barquette in heuvelklimwedstrijden.

Zijn eerste modellen, een coupé en een spyder, respectievelijk Aquila en Sonora genaamd, zijn allebei op dezelfde leest geschoeid. Aan de Sonora hangt op dat moment een prijskaartje van 85.000 Belgische frank ( ongeveer 2.010 euro) terwijl de Aquila 125.000 frank ( ongeveer 3.100 euro) kost. Om u een beter idee te geven, een Lotus Cortina MKII kostte in die tijd ook 125.000 frank.

In 1966 staat Méan Motors op de autosalons van Brussel en Kopenhagen. “De auto’s die voor Kopenhagen bestemd waren, werden op vraag van de organisator uitgerust met een BMC-mechaniek. Wat op het laatste moment moest gebeuren, met als gevolg dat de auto’s werden afgewerkt terwijl de vrachtwagen stond te wachten”, licht Frédéric D’Heur toe. Méan vindt ook snel de weg naar de autosport. In 1965 al staat een Méan Aquila met een Cortina-motor aan de start van een rally met aan het stuur de latere schoonbroer van Jacques D’Heur.

De Barquette uit 1966 is de eerste echte racewagen van Méan en illustreert dat zijn bedenker eerder de Engelse filosofie dan de Italiaanse aanhangt. Net zoals onder andere Lotus het voordeed, zijn de Méan Barquette en de latere Barquette CanAm gebouwd om met een bescheiden en goedkope mechaniek zo goed mogelijk te presteren. En dat doet hij ook. In 1969 zet Bernard Carlier met zijn Méan Barquette met Alfa Romeo-motor tijdens de Bekers van België in Zolder de sneller gewaande concurrentie een neus.

De Liberta Sport Car was gebaseerd op de Fun Car
De Liberta Sport Car was gebaseerd op de Fun Car

In 1971 sloot D’Heur een overeenkomst met de Engelse constructeur Rawlson, die zowel de Barquette als de Liberta (zoals Méan Motors vanaf 1972 zal heten) Fun Car zou gaan bouwen. De Fun Car was een buggy, die in tegenstelling tot de toen zeer populaire buggy’s van Apal en Vanclee op een zelfgebouwd chassis stond in plaats van op het veelgebruikte Kever-onderstel. Een chassis dat ook werd gebruikt voor de Sports Car. ‘Maar hoe de samenwerking met Rawlson precies geregeld was, daar heb ik het raden naar. Ik heb wel een brief uit die tijd, die de overeenkomst bevestigt, maar verder is er niets. Nu, zo was mijn vader. Als één project was afgesloten, ging hij door naar het volgende en keek hij niet meer om’, zegt Frédéric D’Heur. Wanneer Liberta in 1974 de boeken toe doet, zijn er ongeveer 400 auto’s gebouwd, het merendeel Fun Cars.

De Liberta Fun Car in Le Mans
De Liberta Fun Car in Le Mans

Wedergeboorte

Terwijl zoon Frédéric D'Heur dankzij documenten, knipsels en reacties stukje bij beetje klaarheid probeert te scheppen in de gecompliceerde geschiedenis van het levenswerk van zijn vader, denkt hij al verder. “Met de oprichting van het nieuwe Méan Motors willen we op de eerste plaats het aanspreekpunt worden voor mensen die op zoek zijn naar informatie over de modellen, over het restaureren van de auto’s en in een verdere toekomst het aanbieden van onderdelen voor restaurateurs. En ja, misschien dat er wel een nieuwe versie van de Barquette inzit. Een goedkope basis voor een racewagen, waarmee jonge piloten aan de slag kunnen. Maar dat is verre toekomstmuziek”, besluit de enthousiaste zoon van.

Jacques D'Heur was niet alleen gepassioneerd door auto's.
Jacques D'Heur was niet alleen gepassioneerd door auto's.
Met die andere passie bedoelden we niet fotografie.
Met die andere passie bedoelden we niet fotografie.
De Liberta Fun Car was een alternatief voor de toen populaire buggy's.
De Liberta Fun Car was een alternatief voor de toen populaire buggy's.